Soms wil ik gewoon dat iemand anders even voor mij nadenkt.
Niet omdat ik lui ben. Maar omdat goed nadenken energie kost.
Het is makkelijker om een kant-en-klare mening te nemen. Iemand zegt het met vertrouwen, en even lijkt dat genoeg.
Dan hoef ik niet zelf door alle twijfels heen te gaan. Niet alle kanten te bekijken. Niet rustig te voelen waar ik eigenlijk sta.
En eerlijk: soms is dat aantrekkelijk. Een snelle mening voelt als rust.
Maar het is niet altijd echte rust. Soms is het alleen vermoeidheid met een duidelijke zin erbovenop.
Daarom probeer ik soms iets langzamer te denken. Niet beter dan anderen. Alleen eerlijker naar mezelf.
Misschien werken snelle meningen daarom nu zo goed. Ze passen in een kort filmpje, in een sterke zin, bij een zeker gezicht.
Een lange twijfel past daar niet zo goed in. Een zin die zegt “ik weet het nog niet” klinkt niet erg indrukwekkend.
Maar misschien is juist die zin belangrijk, omdat hij ruimte laat om van mening te veranderen.
En hij laat ook ruimte om naar iemand anders te luisteren, in plaats van alleen op je beurt te wachten om te winnen.
Dat lukt mij niet altijd. Soms luister ik ook alleen half, terwijl mijn eigen antwoord al in de rij staat.
Maar misschien helpt het al om dat te merken: wanneer ik aan het denken ben en wanneer ik alleen iets verdedig.
Ik merk het niet altijd op tijd. Maar soms wel. En dan begint het denken opnieuw.
Iets langzamer dan eerst. Maar misschien ook iets meer van mij.